Regels bij stages en scripties
1. Voor de regeling van praktische zaken bij de uitvoering van stages en scripties dienen afspraken tussen student en verantwoordelijk docent(en) te worden gemaakt. De afspraken worden schriftelijk vastgelegd (zie bijgevoegde model).
2. In de schriftelijke afspraak zijn in ieder geval de volgende zaken opgenomen:
- de begin- en einddatum. Op de einddatum dient de student het eindproduct in te leveren. De einddatum kan worden bijgesteld indien beide partijen dit gewenst achten.
- naam van de verantwoordelijk docent;
- de termijn waarbinnen de docent en tweede beoordelaar het eindproduct en eventuele deelproducten nakijkt;
- het aantal studiepunten;
- het studieonderdeel of de studieonderdelen waaronder de stage of scriptie valt;
- het beoogd eindproduct;
- de taal waarin het verslag moet worden geschreven;
- het (de) leerdoel(en);
- de omschrijving van het onderwerp;
- de vorm en de frequentie van de begeleiding;
- de verantwoordelijkheid voor de voorziening van noodzakelijke faciliteiten;
- eventuele aanvullende afspraken (zoals de overige begeleiders bij externe stages).
Ad ) Indien de verantwoordelijk docent gedurende de stage- of scriptieperiode (deels) niet beschikbaar is voor de student dient de docent een alternatief te zoeken.
3. In de schriftelijke afspraak wordt de datum vastgesteld waarvoor de student een werkplan moet hebben ingeleverd bij de verantwoordelijk docent waarin minimaal de planning met een volgorde van activiteiten is opgenomen en een tijdpad van deze activiteiten.
Daarnaast kan gedacht worden aan zaken als:
- de vraagstelling/hypothese/probleemstelling;
- de subvragen/concretisering van de vraagstelling;
- het publiek waarvoor het verslag is bedoeld;
- de aanpak van de gegevensverzameling/onderzoeksmethode;
- de voorlopige titel;
- de voorlopige hoofdstukindeling;
- de voorlopige literatuurlijst.
4. De verantwoordelijk docent is verantwoordelijk voor het niveau van de stage- of scriptieopdracht. De docent dient de afspraak te ondertekenen en het werkplan van de stage of scriptie te beoordelen en goed te keuren.
5. De verantwoordelijk docent geeft schriftelijk commentaar op ingeleverd werk tijdens het stage- of scriptieproces. Tijdens begeleidingsgesprekken geeft hij een mondelinge toelichting op het schriftelijk commentaar en een advies over de vervolgactiviteiten. Bij onderzoek waarin dagelijkse begeleiding en een regelmatige mondelinge terugkoppeling plaatsvindt, kan in principe worden volstaan met schriftelijk commentaar in de eindfase, bij de verslaglegging.
6. Het eindproduct van stage of scriptie wordt beoordeeld door de verantwoordelijk docent en een tweede beoordelaar. Het eindcijfer is het gemiddelde cijfer van de twee beoordelingen. Bij een verschil van 2 punten of meer tussen de beoordelingen wordt een derde beoordeling uitgevoerd door één of meerdere beoordelaars. Ook indien het verschil in de beoordeling tussen eerste en tweede beoordelaar één punt bedraagt en dit verschil bepalend is voor de toekenning van voldoende of onvoldoende wordt een derde beoordeling uitgevoerd.
7. De tweede beoordelaar beoordeelt in ieder geval het eindproduct en eventueel het stage- of scriptieonderwerp en het werkplan. De tweede beoordelaar beoordeelt de producten binnen de daarvoor in de schriftelijke afspraak gestelde termijn.
11. Bij stages en scripties die door twee of meer studenten uitgevoerd worden dienen in de verslaglegging de bijdragen van de afzonderlijke studenten zichtbaar te zijn.
12. De begeleiding en beoordeling van stages en scripties wordt geëvalueerd. Dit wordt in de evaluatieprocedures van de verschillende afdelingen vastgelegd. De schriftelijke afspraak wordt in de evaluatie betrokken.
Aanvullende regels bij een externe stage
1. De student wordt op de hoogte gebracht van de verschillende mogelijkheden tot het zoeken van stages:
- via contactpersonen op de faculteit;
- via STIP-VU;
- via het Transferpunt;
- via de Wetenschapswinkel;
- via het Informatiecentrum voor Studie en Loopbaan;
- via netwerken (familie, vrienden, medestudenten);
- met behulp van het internet;
- met behulp van kranten en tijdschriften; en
- via stagebemiddelingbureaus, waaronder studentbureaus.
2. De stage vindt plaats onder verantwoordelijkheid van een verantwoordelijk docent vanuit de opleiding. Alvorens stageafspraken te maken met de stageverlenende instantie dient een verantwoordelijk docent te zijn gevonden.
3. De verantwoordelijk docent spreekt minimaal aan het begin en aan het eind van de stageperiode met de begeleider binnen de stageverlenende instantie.
4. Door de begeleider binnen de stageverlenende instantie wordt aan het einde van de stageperiode bij voorkeur schriftelijk advies uitgebracht aan de verantwoordelijk docent betreffende de beoordeling van de stage. De verantwoordelijk docent dient dit advies te laten meewegen in de beoordeling van de stage.
5. De werkzaamheden van een stagiair kunnen niet dienen als vervanging van de werkzaamheden van een werknemer van de stagegever.
6. De stagegever dient aansprakelijkheid te aanvaarden voor letsel, ongeval of schade welke de stagiair oploopt tijdens of in verband met zijn aanwezigheid bij de stage-instelling dan wel bij de uitvoering van zijn werkzaamheden in zoverre dit letsel, ongeval of deze schade het gevolg is van opzet of schuld van de stage-instelling of zijn medewerkers.
7. De stagiair wordt dringend aanbevolen een particuliere WA-verzekering afgesloten te hebben, ter dekking van de eventuele kosten voortvloeiend uit een gebeurtenis waarvoor hij/zij wettelijk aansprakelijk wordt geacht.
8. De Vrije Universiteit aanvaardt geen enkele wettelijke aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door toedoen van de stagiair, noch voor schade van de stagiair.
9. Elke afdeling stelt een stagecoördinator of een stagecoördinatieorgaan in voor externe stages. Voor de coördinatie van internationale stages is de facultaire coördinator internationalisering verantwoordelijk.
10. De stagecoördinator of het -coördinatieorgaan heeft de volgende taken:
- het actief werven en het evalueren van externe stageplaatsen, i.s.m. STIP-VU.
- het informeren van studenten over externe stagemogelijkheden
- het adviseren en begeleiden van studenten bij het zoeken naar een externe stageplaats
- het adviseren van studenten met betrekking tot het zoeken naar een verantwoordelijk docent en het maken van afspraken met de stageverlenende organisatie
- zorg dragen voor en archiveren van de schriftelijke afspraken en eindproducten
- bemiddelen bij geschillen tussen student en verantwoordelijk docent of extern begeleider
- het organiseren van terugkomdagen voor studenten (waarbij zij ervaringen kunnen uitwisselen)
11. De verantwoordelijk docent dient de stageverlenende instantie tijdig op de hoogte te stellen van de inhoud van het werkplan.
Regels over doel en beoordeling
1. Het doel (leerproces danwel eindtoets) van de studieonderdelen die zijn aangemerkt als stage of scriptie is geëxpliciteerd en vastgelegd in de studiegids van de opleiding/faculteit.2. De beoordelingscriteria voor de stage en scriptie zijn expliciet vastgelegd en in overeenstemming met de eindtermen van de opleiding. De beoordelingscriteria zijn voor aanvang van de stage of scriptie bekend gemaakt aan studenten en docenten.
3. Binnen de faculteit bemiddelt een persoon/commissie bij geschillen tussen student en verantwoordelijk docent en/of extern begeleider die optreden tijdens het stage- of scriptieproces teneinde grote problemen aan het eind van het proces te voorkomen.