Frauderegeling
1. Fraude en/of onregelmatigheden in het kader van toetsing betreft het handelen of nalaten van een student, dat naar de mening van de examinator of surveillant het vormen van een juist oordeel van de Examencommissie met betrekking tot de kennis en/of vaardigheden van de betreffende student dan wel een andere student bemoeilijkt of onmogelijk maakt.
2. Fraude kan zowel op het moment van frauderen als ook achteraf bij of na de beoordeling worden vastgesteld.
3. Constatering van fraude kan bijvoorbeeld zijn:
- Tijdens het tentamen wordt een student betrapt op afkijken, of het bij zich hebben van ongeoorloofd materiaal (bijvoorbeeld spiekbriefjes, of boeken met bijgeschreven teksten, of personal organizers met daarin files die het te tentamineren vak betreffen).
- Tijdens het tentamen wordt geconstateerd dat de student werk inlevert onder een andere naam dan de zijne.
- Tijdens het tentamen wordt geconstateerd dat de student zich niet houdt aan regels die mede zijn ingesteld om fraude te voorkomen, zoals bijvoorbeeld de verplichting om mobiele telefoons uit te zetten of tassen voorin de zaal neer te leggen.
- Bij het nazien van het tentamen wordt iets ontdekt waardoor het vermoeden van fraude rijst.
- Bij het inleveren van werkstukken, programma's, afstudeerscripties en dergelijke rijst het vermoeden dat stukken van anderen zijn gebruikt.
- Geconstateerd wordt dat een student zijn eigen materiaal aan anderen ter beschikking heeft gesteld om als (onderdeel van) te beoordelen werk in te leveren.
4. In het geval van ter beoordeling ingeleverde werkstukken, opdrachten of de thesis wordt het als fraude cq. plagiaat aangemerkt wanneer:
- delen van het werk van anderen of eerder gepubliceerd eigen werk letterlijk, al dan niet met aanhalingstekens, in de nieuwe tekst worden verwerkt zonder verdere specificatie of zonder dat dit uit de bronvermelding blijkt
- delen van het werk van anderen of eerder eigen werk in eigen woorden in de nieuwe tekst worden verwerkt zonder dat dit uit de bronvermelding blijkt;
- uitgewerkte ideeën of vondsten van anderen worden gepresenteerd als eigen ideeën of vondsten.
5. Het aanwenden van vervalste gegevens voor onderzoek in het kader van een vak en/of de scriptie wordt eveneens als fraude aangemerkt.
6. Elk geval van verdenking van fraude wordt door de examinator gemeld bij de Examencommissie.
De Examencommissie kan de fraudepleger een sanctie opleggen conform de regels zoals vastgesteld in de Regels en Richtlijnen.