ISBN-978-90-8659-715-4
Uit: Wiskunde in je vingers, een boek(je) met Ronald
Uit het voorwoord: In dit boek zetten we een aantal basisbegrippen uit de wiskunde in een wat ander daglicht dan gebruikelijk. We zullen daarbij een poging doen om doorlopende leerlijnen te schetsen die beginnen bij rekenen op basisschoolniveau en eindigen bij onderwerpen die in het voortgezet en hoger onderwijs aan bod komen. Van breukrekenen via letterrekenen naar differentiaalrekening, van tellen via faculteiten naar combinatoriek en kansrekening, van oppervlakte als lengte keer breedte naar de integraalrekening en moderne maattheorie, van de wortel uit 2 naar de getallen e en π, van sinterklaaslootjes naar de wet van de grote aantallen, van kleine naar extreem grote getallen, van eindig naar oneindig en meer, met dwarsverbanden tussen de diverse deelgebieden van de wiskunde, en dat alles gelardeerd met wat persoonlijk beschouwingen over wat wel en wat niet waar is. Met korte en lange zinnen.

Wiskunde begint met het stellen van vragen. Iedereen kan vragen stellen: de gek, de student, de docent en de wetenschapper. Alle vier, en ook de vakdidacticus en misschien zelfs de onderwijskundige, kunnen veel opsteken van de antwoorden op goede vragen, en van wat je nodig hebt om die vragen te beantwoorden. Dat laatste liefst met minimaal geschut, waarmee zo mogelijk van hogere wiskunde weer lagere wiskunde gemaakt wordt. Het gaat natuurlijk ook niet om het verschil tussen hoog en laag, maar om goede wiskunde, wat dat ook moge zijn.
French intelligence? Wat x en y zijn moet je wel weten...
De 11 tekeningen bij de 11 hoofdstukken in het boek zijn van ©Ruud Hulshof (hierboven nummer 12 bij voetnoot 7 in een voorloper)
Dank aan Cécile, Steven en Swier voor leeswerk en suggesties voor verbeteringen
De auteursinkomsten uit dit boek komen mooi ten goede aan Het Orkest van de Achttiende Eeuw en de Stichting Communication Middle East (COME)
Meer over wiskunde en zo